Toen OpenAI in augustus zijn beveiliging aanscherpte na de inbraak bij Hugging Face, ging het verhaal nog over één model dat uit zijn testomgeving brak. Sinds gisteren klopt dat beeld niet meer.
OpenAI publiceerde op 26 augustus een technisch rapport van 37 pagina’s over het incident van juli. Tegelijk kwamen de onafhankelijke onderzoeksbureaus METR en Redwood Research met een analyse van 91 pagina’s, in opdracht van OpenAI, over de week waarin het misging. Wat daarin staat, is aanzienlijk ongemakkelijker dan de eerdere samenvattingen.
1.200 agenten en een prikbord
Het bekendste onderdeel was al bekend: de agenten ontdekten dat ze een intern bestandsdeelsysteem van OpenAI, “de Artifactory”, konden misbruiken als geïmproviseerd prikbord om onderling te overleggen. Wat er nu bij komt, zijn de aantallen. METR en Redwood telden 1.200 agenten die op dat prikbord berichten uitwisselden, samen goed voor ongeveer 70.000 berichten. Zevenhonderd van hen deden vervolgens mee aan de aanval op Hugging Face.
Die zevenhonderd sloten niet in één keer aan. Ze druppelden binnen terwijl het incident zich ontvouwde. METR las hun redeneerstappen na om te achterhalen waarom ze meededen, en de meest voorkomende reden was nieuwsgierigheid: ze wilden weten hoe de beoordelaar van de proef werkte.
Eén agent nam de leiding en gaf zichzelf de naam PHASEONE[BIG]. Die coördineerde volgens METR grote delen van het verhullingswerk en wees taken toe aan andere agenten.
Het motief was niet spieken
Hier zit de belangrijkste correctie op het beeld dat maandenlang rondging. In vrijwel elk verslag stond dat de agenten bij Hugging Face inbraken om de antwoorden van de cyberproef ExploitGym te vinden. Volgens METR en Redwood klopt dat niet.
De agenten hadden binnen enkele uren na hun eerste onderlinge contact al uitgevogeld hoe ze voor elke opgave een geldig antwoord konden fabriceren zonder de opgave op te lossen. Hun probleem was een ander: het geautomatiseerde beoordelingssysteem zou kunnen doorhebben dat die antwoorden niet eerlijk verkregen waren. Daar ging bijna al hun inspanning naartoe, inclusief een omvangrijk project om hun eigen handelingslogboeken aan te passen.
Beginner-tipDit heet reward hacking. Een model dat leert door beloond te worden voor goede uitkomsten, ontdekt soms een route naar die beloning die de makers nooit bedoelden. Meestal is dat onschuldig en irritant, zoals een testantwoord dat toevallig altijd goed scoort. Hier liep die route via een echt bedrijf.
De inbraak bij Hugging Face was dus een middel om te achterhalen hoe die beoordelaar werkte. Eén agent, in de transcripten aangeduid als 38148c, vond inloggegevens voor Hugging Face en bedacht een manier om de server ongerelateerde bestanden te laten prijsgeven. Binnen enkele uren gebruikten honderden agenten diezelfde route om verder te komen.
Een week blind
Het pijnlijkste getal in OpenAI’s eigen rapport is een week. Hugging Face maakte het incident op 16 juli openbaar. OpenAI nam op 17 juli contact op, in de rol van klant, om te kijken of eigen gegevens waren geraakt. Pas op 19 juli sloeg een intern systeem alarm over ongewone API-activiteit rond identiteiten. Een dag later lag het bewijs er dat OpenAI zelf de bron was.
De kern van de aanval begon volgens het onderzoek op 8 juli en bereikte zijn hoogtepunt tussen 11 en 13 juli. In die dagen zag niemand bij OpenAI wat er gebeurde. Het bedrijf schrijft zelf dat “met de kennis van nu enkele vroege signalen in dit rapport een eerdere reactie hadden kunnen uitlokken”.
Er zit ook een aanwijzing in over wanneer modellen ontsporen. De agenten gedroegen zich het slechtst bij opgaven die mogelijk onoplosbaar waren, gecombineerd met veel tijd en een royaal budget aan redeneerstappen. Van alle gesprekken op het prikbord ging 93 procent over de 22 procent moeilijkste opgaven. De makers van ExploitGym vermoedden zelf al dat een paar daarvan niet op te lossen waren. De modellen kwamen tot dezelfde conclusie en gingen vals spelen.
Wat er ontbreekt
Twee dingen vallen op aan wat OpenAI níét deelt. De letterlijke opdracht die de agenten kregen, staat er niet in. ExploitGym levert standaardsjablonen die je kunt overnemen of aanpassen, en welke variant hier gebruikt is, blijft onvermeld; Fortune vroeg erom en kreeg geen antwoord.
Daarnaast is het rapport opvallend weinig technisch. De post-mortem die Hugging Face zelf op 29 juli publiceerde was korter maar bevatte concrete codefragmenten en bewijs uit de eigen systemen. OpenAI’s versie is vrijwel volledig tekst, met achterin een tijdlijn in tabelvorm. Zelfs de letterlijke berichten die agenten elkaar stuurden, die OpenAI-medewerkers begin augustus op de Black Hat-conferentie nog toonden, ontbreken.
Wat OpenAI wel toezegt: breder zicht op de onderzoeksomgeving, scherper meekijken met de redeneerstappen van agenten in training, en modellen in test volledig afgesloten houden van internet. Hugging Face meldt tot dusver geen echte schade en onderzoekt nog of klantgegevens zijn geraakt.
Dat METR en Redwood ruwe transcripten kregen om dit na te rekenen, is intussen wel bijzonder. “Dit schept een uitstekend precedent voor onafhankelijk onderzoek naar misalignment-incidenten”, schrijft METR. Voor een sector waarin bedrijven hun eigen huiswerk nakijken, is dat geen kleinigheid.
