Als je je weleens afvraagt of jouw werk over vijf jaar nog bestaat, ben je in goed gezelschap: 41 procent van de Nederlandse werkenden denkt dat AI hun werk deels kan doen. Vier onderzoekers gingen na waar die angst precies vandaan komt, en kwamen uit bij iets dat weinig met je vakgebied te maken heeft.
Wat het CBS meet
Begin dit jaar publiceerde het CBS de resultaten van Belevingen 2025. De cijfers zijn scherp genoeg om even bij stil te staan. Van de mensen met betaald werk denkt 41 procent dat hun werk gedeeltelijk vervangen kan worden door AI; 4 procent verwacht dat het volledig kan. Bijna de helft van die groep maakt zich daar zorgen over — 8 procent veel, 40 procent een beetje. Vrouwen maken zich meer zorgen dan mannen, terwijl ze even vaak denken dat AI hun werk kan doen (Bron: CBS).
Eén uitkomst in dat onderzoek staat haaks op wat je zou verwachten. Mensen die AI al gebruiken in hun werk denken váker dat hun werk vervangen kan worden (56 procent) dan mensen die dat niet doen (37 procent). Vertrouwdheid met de techniek neemt de zorg dus niet weg. Ze lijkt hem eerder aan te wakkeren.
Het experiment
Dat is waar het nieuwe onderzoek binnenkomt. Jaroslaw Grobelny, Mateusz Klakus, Kacper Szymański en Teresa Chirkowska-Smolak publiceerden op 7 juli 2026 een preprint waarin ze twee studies beschrijven. De vraag: kun je de angst om door AI vervangen te worden oproepen, zonder dat iemand ooit een baan is kwijtgeraakt?
In studie 1 kregen 316 deelnemers willekeurig toegewezen materiaal te lezen. De ene helft las teksten die AI neerzetten als iets dat controle overneemt van mensen; de andere helft niet. De groep die dat materiaal had gelezen, rapporteerde daarna meetbaar meer angst om vervangen te worden. Het effect bleef staan nadat de onderzoekers hadden gecorrigeerd voor kernzelfevaluaties — kort gezegd: hoe zeker iemand sowieso in het leven staat.
In studie 2 herhaalden ze de meting bij 995 mensen, nu zonder experiment. Ook daar gold: hoe meer iemand AI ziet als dominant over mensen, hoe groter de angst voor vervanging. De onderzoekers noemen dit het eerste causale bewijs dat waarneming en indirecte blootstelling — het lezen en horen over AI, niet het meemaken ervan — die angst kunnen aanwakkeren (Bron: arXiv, preprint).
Beginner-tip“Gerandomiseerd” betekent dat het toeval bepaalt wie welke tekst leest. Daardoor kun je een verschil tussen de groepen toeschrijven aan de tekst zelf, en niet aan het soort mensen dat ‘m koos. Het is precies wat een enquêtenietkan.
De draai die het interessant maakt
Dan de bevinding waar het echt om draait. Het effect werd sterker bij mensen die AI nuttig vinden. Hoe makkelijk ze AI in het gebruik vonden, maakte daarentegen niets uit.
Dat klinkt tegenstrijdig tot je het omdraait. Een verhaal over een technologie die jouw werk overneemt landt alleen als je gelooft dat die technologie iets kán. Wie AI afdoet als opgeklopte autocorrectie, haalt zijn schouders op bij de kop. Wie er dagelijks mee werkt en ziet hoe goed het gaat, heeft geen overtuiging meer nodig — alleen nog een verhaal dat de gevolgen invult.
Dat verklaart ook waarom de CBS-cijfers laten zien dat gebruikers ongeruster zijn. Ze hebben de bewijsvoering al binnen.
Een Nederlandse econoom zei in april hetzelfde
Wat dit onderzoek doet, is een vermoeden hard maken dat hier al rondging. In april sprak Nieuwsuur met twee economen over de berichtgeving dat AI startersbanen wegvaagt. Econoom Mathijs Bouman wees erop dat het aantal startersvacatures ook daalt om redenen die los van AI staan: na corona kwam de economie sneller op gang dan verwacht, met grote personeelstekorten, en nu beweegt de markt terug richting normaal. Hoogleraar economie Anna Salomons verwees naar een Deens onderzoek dat het daadwerkelijke AI-gebruik van bedrijven meewoog en géén sterkere daling van jongerenbanen vond bij bedrijven die AI op grote schaal inzetten.
En toen kwam de zin die nu opeens een experimentele onderbouwing heeft. Bedrijven grijpen AI volgens Salomons soms aan als zondebok bij ontslagrondes, onder het mom dat ze met de tijd meegaan. “En dit soort narratieven beïnvloeden hoe mensen denken over de impact van AI” (Bron: NOS Nieuwsuur, 25 april 2026).
Bouman voegde in hetzelfde stuk toe dat de logica achter de zorg niet vergezocht is: AI vervangt kennis, en pas afgestudeerden hebben veel kennis en weinig praktijkervaring. Beide economen verwachten dat de arbeidsmarkt verandert. Alleen vinden ze het te vroeg voor doemscenario’s.
Wat de Nederlandse cijfers laten zien
Sinds dat interview zijn er harde cijfers bijgekomen, en die geven de economen gelijk. Arbeidseconoom Femke Cnossen (Rijksuniversiteit Groningen) analyseerde voor vakblad ESB de CBS-microdata van alle 2,2 miljoen mensen die tussen 2016 en 2024 afstudeerden op mbo, hbo en wo. Ze keek of afgestudeerden sinds de komst van ChatGPT minder vaak werk vinden in sectoren waar het AI-gebruik het hardst groeide, en vergeleek de cohorten van 2023 en 2024 met dat van 2021 (Bron: ESB, 8 juli 2026).
Drie dingen komen eruit. Voor het overgrote deel van de opleidingsrichtingen verandert er niets: die vinden even vaak werk in AI-groeisectoren als vier jaar eerder. Waar er wél verschuiving is, is die vrijwel altijd negatief. En de effecten concentreren zich bij wo-masters, met gemiddeld 2,3 procentpunt minder kans op een baan in een AI-groeisector.
Maar hier zit de nuance die de koppen zelden halen. Minder werk in een AI-sector betekent lang niet altijd minder werk. De algehele baankans van wo-masters daalde met 1,1 procentpunt, en bij journalisten, ICT’ers en afgestudeerden in kunst en vormgeving is die daling er nauwelijks: zij vinden gewoon elders werk. De enige groep waar beide bewegingen samenvallen zit in de bedrijfskundige hoek — management en administratie, marketing en verkoop, finance en accounting. Precies de taken waarvoor Nederlandse bedrijven AI naar eigen zeggen het vaakst inzetten.
Cnossen zelf is voorzichtig met de conclusie: de analyse laat zien hoe afgestudeerden de arbeidsmarkt betreden, niet waarom. Gewijzigde regels rond vaste contracten spelen mee in de journalistiek, de nasleep van corona werkt door, en de economische onzekerheid maakt werkgevers sowieso terughoudend met jonge mensen. Haar samenvatting is desondanks helder: voor de meeste starters is de arbeidsmarkt sinds 2022 weinig veranderd.
Zet dat naast de bevinding uit het experiment en het beeld wordt ongemakkelijk scherp. Het verhaal over een banenbloedbad meet aantoonbaar door in hoe mensen zich voelen. De cijfers waar dat verhaal op zou moeten rusten, laten voor vrijwel iedereen nog niets zien.
Wat je hiermee kunt
Voor jou persoonlijk levert dit één bruikbaar onderscheid op. Als je merkt dat je onrustig wordt van AI-nieuws, is het de moeite waard om te vragen wat die onrust voedt: iets wat je op je eigen werk ziet gebeuren, of iets wat je hebt gelezen over wat elders zou gebeuren. Het onderzoek zegt dat die tweede categorie een reëel effect heeft, ook zonder dat er in jouw sector iets verandert.
Dat maakt de zorgen niet ongegrond. Het CBS ziet ook de andere kant: 57 procent van de volwassenen verwacht dat AI de productiviteit verhoogt, en 46 procent denkt dat het personeelstekort in sommige branches kan verlichten. Diezelfde mensen denken dus én dat er banen verdwijnen, én dat er werk wordt opgelost. Beide kunnen waar zijn.
GevorderdenLet bij dit type onderzoek op de afstand tussen wat er gemeten is en wat er wordt geclaimd. Grobelny c.s. meten zelfgerapporteerde angst kort na blootstelling, niet gedrag op langere termijn. Of die angst leidt tot andere loopbaankeuzes, blijft open. De preprint is nog niet peer-reviewed.
De onderzoekers sluiten af met een verschuiving die het overwegen waard is: waar het debat over AI en werk meestal gaat over structurele arbeidsmarktcijfers, laten zij zien dat de manier waarop over AI wordt gecommuniceerd op zichzelf een factor is. Dat is geen reden om de cijfers te negeren. Het is wel een reden om te weten welke van de twee je op een gegeven moment aan het lezen bent.
