AI Nieuws6 minBeginner

Kwart werknemers krijgt steun van baas bij AI-gebruik

Nieuwe DNB-cijfers in ESB: slechts 25 procent van de werknemers ervaart actieve steun van de werkgever bij AI. Bij de overheid gebruikt de helft AI, maar voelt maar 22 procent zich gesteund.

Miniatuur diorama-illustratie bij artikel 'Kwart werknemers krijgt steun van baas bij AI-gebruik'

De AI op de Nederlandse werkvloer komt van onderop. Slechts een kwart van de werknemers ervaart actieve steun van hun werkgever bij het gebruik ervan, terwijl het gebruik zelf in elke sector hoger ligt dan die steun.

Dat blijkt uit cijfers die Frank van Moock en Maarten van Rooij van De Nederlandsche Bank op 21 augustus publiceerden in ESB. Ze baseren zich op de DNB AI-enquête onder werkenden uit oktober 2025, uitgevoerd via het LISS-panel.

Het beeld is opvallend consistent: er is geen enkele sector waar de ervaren steun het gebruik bijhoudt.

De cijfers per sector

SectorGebruikt AIErvaart steunVerschil
Zakelijke diensten82%61%21 pp
Onderwijs63%36%27 pp
Financiële sector58%46%12 pp
Overheid51%22%29 pp
Overig41%25%16 pp
Industrie, bouw en primair39%23%16 pp
Zorg37%15%22 pp
Handel, horeca en vervoer32%16%16 pp

De uitschieters staan bovenaan en onderaan. In de zakelijke dienstverlening gebruikt vier op de vijf werknemers AI, en daar is de steun met 61 procent ook verreweg het hoogst. In de zorg gebruikt iets meer dan een derde AI, terwijl maar 15 procent zich gesteund voelt.

Het grootste gat zit bij de overheid: 29 procentpunt. Dat is opmerkelijk omdat de overheid qua gebruik juist bovengemiddeld scoort, met 51 procent. Op de steun-as zakt de sector vervolgens terug naar het niveau van handel en horeca. Het onderwijs zit daar met 27 procentpunt vlak achter.

Alleen de financiële sector blijft onder de vijftien procentpunt, met een verschil van 12.

Een nuance die de auteurs zelf aanbrengen

Het is verleidelijk om hieruit te lezen dat Nederlandse werkgevers stilzitten. De onderzoekers gaan die conclusie expliciet uit de weg.

“Dat actieve steun van werkgevers in geen enkele sector gelijke tred houdt met het feitelijke AI-gebruik door werknemers betekent niet dat bedrijven afwezig zijn bij de adoptie van AI”, schrijven ze. “Werkgevers kunnen de toepassing ook faciliteren door AI op bedrijfsapparatuur toe te staan zonder het actief aan te moedigen.”

Hun eigenlijke conclusie is voorzichtiger, en interessanter: de verspreiding van AI verloopt op dit moment sneller op individueel niveau dan via bedrijfsbrede ondersteuning met trainingen en begeleiding.

Eén cijfer maakt zichtbaar waar dat verschil in uitmondt. Drie op de tien werknemers die AI toepassen, gebruikt een betaalde licentie — en dat zijn overwegend de mensen die wél actieve steun ervaren. De rest werkt dus met gratis versies. Vaak betekent dat: buiten de bedrijfsomgeving om, met andere voorwaarden voor wat er met de ingevoerde gegevens gebeurt.

Beginner-tipEen betaalde zakelijke licentie is niet alleen een betere versie van dezelfde chatbot. Het verschil zit meestal in de voorwaarden: bij zakelijke abonnementen leggen aanbieders doorgaans vast dat ze jouw invoer niet gebruiken om hun modellen te trainen. Bij gratis accounts is dat lang niet altijd zo. Dat maakt “wie betaalt de licentie” een privacyvraag, geen inkoopvraag.

Waar dit in past

De ESB-statistiek is een momentopname zonder beleidsadvies, maar hij sluit aan op wat andere Nederlandse metingen laten zien. Het CBS kwam in Belevingen 2025 uit op 43 procent van de werkenden die AI bij het werk gebruikt. De AI-barometer van MSI-ACI mat 41 procent in oktober 2025 en opnieuw 41 procent in februari 2026 — het gebruik op het werk lijkt daarmee voorlopig te stabiliseren, terwijl het privégebruik in dezelfde periode doorsteeg naar 65 procent.

TNO onderzocht dit voorjaar wat er dan feitelijk gebeurt in organisaties die AI invoeren. Bij vier bedrijven en overheidsdiensten liepen de uitkomsten enorm uiteen: bij drukwerkbedrijf HelloPrint bleek 80 procent minder personeel nodig voor klantcontact, terwijl het bij de Douane en bij LINKIT bij bescheiden tijdwinst bleef. Bij verzekeraar a.s.r. lukte het beoogde voorspelmodel uiteindelijk niet.

De TNO-onderzoekers signaleerden ook iets wat organisaties vooraf zelden overwegen: waar routinetaken verdwenen, steeg tegelijk de mentale belasting van het overgebleven werk. Dat sluit aan bij eerder onderzoek waaruit bleek dat AI-productiviteitswinst geen automatisme is.

Wat je hiervan merkt

Als je AI gebruikt op je werk, is de kans dus ongeveer drie op vier dat je dat doet zonder dat je werkgever het actief ondersteunt. Meestal niet omdat het verboden is, maar omdat er niets over is afgesproken.

Praktisch levert dat twee kwetsbaarheden op. De eerste is data: zonder afspraken weet niemand welke gegevens er in welke tool belanden. De tweede is controle: zonder afspraak over wie de uitkomst nakijkt, blijft een fout in AI-output onopgemerkt tot hij bij een klant of collega ligt.

Beide zijn op te lossen met drie vragen aan je leidinggevende — welke tools, welke gegevens, wie controleert. Dat de meeste werknemers die vragen nog niet beantwoord krijgen, is precies wat deze cijfers laten zien.

Veelgestelde vragen

Hoeveel Nederlandse werknemers gebruiken AI op het werk?

Het ESB-stuk noemt geen totaalcijfer, alleen percentages per sector — die lopen van 32 procent in handel, horeca en vervoer tot 82 procent in de zakelijke dienstverlening. Andere metingen geven wel een landelijk beeld: het CBS kwam in Belevingen 2025 uit op 43 procent van de werkenden, en de AI-barometer van MSI-ACI mat 41 procent in oktober 2025 en opnieuw 41 procent in februari 2026. Het gebruik op het werk is dus voorlopig gestabiliseerd rond de vier op de tien.

Wat betekent 'actieve steun van de werkgever' precies?

In de DNB-enquête is dat de categorie werknemers die zegt dat hun werkgever AI-gebruik daadwerkelijk aanmoedigt en faciliteert, bijvoorbeeld met training, begeleiding of een betaalde licentie. De andere antwoorden zijn: je mág sommige AI-tools gebruiken maar wordt er niet toe aangemoedigd, of er is helemaal geen duidelijk beleid. De auteurs tekenen daarbij aan dat die middencategorie geen afwezigheid betekent — AI toestaan op bedrijfsapparatuur is ook een vorm van faciliteren, alleen een passieve.

Waarom is het gat bij de overheid en in het onderwijs zo groot?

De cijfers laten zien dát het zo is, niet waarom. Bij de overheid gebruikt 51 procent AI terwijl 22 procent steun ervaart; in het onderwijs is dat 63 om 36. Wat opvalt is dat de overheid qua gebruik juist bovengemiddeld scoort, maar qua steun terugvalt naar het niveau van de horeca. In beide sectoren spelen zwaardere eisen rond privacy, archivering en rechtmatigheid, waardoor formeel beleid langer op zich laat wachten dan de praktijk op de werkvloer.

Is het erg als mensen AI gebruiken zonder dat hun werkgever het weet?

Het risico zit vooral in wat er met gegevens gebeurt. Wie zonder afspraken een klantdossier, personeelsbestand of conceptcontract in een gratis chatbot plakt, weet niet waar die data terechtkomt of of ze gebruikt wordt voor training. Dat is precies het scenario dat formeel beleid moet voorkomen. Het tweede risico is stiller: zonder afspraken over wie de uitkomst controleert, gaat een fout in AI-output ongemerkt door naar buiten.

Wat kan ik zelf doen als mijn werkgever geen AI-beleid heeft?

Vraag ernaar, en zet het antwoord op schrift. Drie vragen volstaan om de belangrijkste risico's af te dekken: welke tools mag ik gebruiken, welke gegevens mogen daar wel en niet in, en wie controleert de uitkomst voordat die naar een klant of collega gaat. Krijg je geen helder antwoord, houd dan zelf de veilige lijn aan: geen persoonsgegevens, geen vertrouwelijke stukken, en altijd zelf nalezen wat je verstuurt.

Bronnen

Waar deze informatie vandaan komt.