De AI op de Nederlandse werkvloer komt van onderop. Slechts een kwart van de werknemers ervaart actieve steun van hun werkgever bij het gebruik ervan, terwijl het gebruik zelf in elke sector hoger ligt dan die steun.
Dat blijkt uit cijfers die Frank van Moock en Maarten van Rooij van De Nederlandsche Bank op 21 augustus publiceerden in ESB. Ze baseren zich op de DNB AI-enquête onder werkenden uit oktober 2025, uitgevoerd via het LISS-panel.
Het beeld is opvallend consistent: er is geen enkele sector waar de ervaren steun het gebruik bijhoudt.
De cijfers per sector
| Sector | Gebruikt AI | Ervaart steun | Verschil |
|---|---|---|---|
| Zakelijke diensten | 82% | 61% | 21 pp |
| Onderwijs | 63% | 36% | 27 pp |
| Financiële sector | 58% | 46% | 12 pp |
| Overheid | 51% | 22% | 29 pp |
| Overig | 41% | 25% | 16 pp |
| Industrie, bouw en primair | 39% | 23% | 16 pp |
| Zorg | 37% | 15% | 22 pp |
| Handel, horeca en vervoer | 32% | 16% | 16 pp |
De uitschieters staan bovenaan en onderaan. In de zakelijke dienstverlening gebruikt vier op de vijf werknemers AI, en daar is de steun met 61 procent ook verreweg het hoogst. In de zorg gebruikt iets meer dan een derde AI, terwijl maar 15 procent zich gesteund voelt.
Het grootste gat zit bij de overheid: 29 procentpunt. Dat is opmerkelijk omdat de overheid qua gebruik juist bovengemiddeld scoort, met 51 procent. Op de steun-as zakt de sector vervolgens terug naar het niveau van handel en horeca. Het onderwijs zit daar met 27 procentpunt vlak achter.
Alleen de financiële sector blijft onder de vijftien procentpunt, met een verschil van 12.
Een nuance die de auteurs zelf aanbrengen
Het is verleidelijk om hieruit te lezen dat Nederlandse werkgevers stilzitten. De onderzoekers gaan die conclusie expliciet uit de weg.
“Dat actieve steun van werkgevers in geen enkele sector gelijke tred houdt met het feitelijke AI-gebruik door werknemers betekent niet dat bedrijven afwezig zijn bij de adoptie van AI”, schrijven ze. “Werkgevers kunnen de toepassing ook faciliteren door AI op bedrijfsapparatuur toe te staan zonder het actief aan te moedigen.”
Hun eigenlijke conclusie is voorzichtiger, en interessanter: de verspreiding van AI verloopt op dit moment sneller op individueel niveau dan via bedrijfsbrede ondersteuning met trainingen en begeleiding.
Eén cijfer maakt zichtbaar waar dat verschil in uitmondt. Drie op de tien werknemers die AI toepassen, gebruikt een betaalde licentie — en dat zijn overwegend de mensen die wél actieve steun ervaren. De rest werkt dus met gratis versies. Vaak betekent dat: buiten de bedrijfsomgeving om, met andere voorwaarden voor wat er met de ingevoerde gegevens gebeurt.
Beginner-tipEen betaalde zakelijke licentie is niet alleen een betere versie van dezelfde chatbot. Het verschil zit meestal in de voorwaarden: bij zakelijke abonnementen leggen aanbieders doorgaans vast dat ze jouw invoer niet gebruiken om hun modellen te trainen. Bij gratis accounts is dat lang niet altijd zo. Dat maakt “wie betaalt de licentie” een privacyvraag, geen inkoopvraag.
Waar dit in past
De ESB-statistiek is een momentopname zonder beleidsadvies, maar hij sluit aan op wat andere Nederlandse metingen laten zien. Het CBS kwam in Belevingen 2025 uit op 43 procent van de werkenden die AI bij het werk gebruikt. De AI-barometer van MSI-ACI mat 41 procent in oktober 2025 en opnieuw 41 procent in februari 2026 — het gebruik op het werk lijkt daarmee voorlopig te stabiliseren, terwijl het privégebruik in dezelfde periode doorsteeg naar 65 procent.
TNO onderzocht dit voorjaar wat er dan feitelijk gebeurt in organisaties die AI invoeren. Bij vier bedrijven en overheidsdiensten liepen de uitkomsten enorm uiteen: bij drukwerkbedrijf HelloPrint bleek 80 procent minder personeel nodig voor klantcontact, terwijl het bij de Douane en bij LINKIT bij bescheiden tijdwinst bleef. Bij verzekeraar a.s.r. lukte het beoogde voorspelmodel uiteindelijk niet.
De TNO-onderzoekers signaleerden ook iets wat organisaties vooraf zelden overwegen: waar routinetaken verdwenen, steeg tegelijk de mentale belasting van het overgebleven werk. Dat sluit aan bij eerder onderzoek waaruit bleek dat AI-productiviteitswinst geen automatisme is.
Wat je hiervan merkt
Als je AI gebruikt op je werk, is de kans dus ongeveer drie op vier dat je dat doet zonder dat je werkgever het actief ondersteunt. Meestal niet omdat het verboden is, maar omdat er niets over is afgesproken.
Praktisch levert dat twee kwetsbaarheden op. De eerste is data: zonder afspraken weet niemand welke gegevens er in welke tool belanden. De tweede is controle: zonder afspraak over wie de uitkomst nakijkt, blijft een fout in AI-output onopgemerkt tot hij bij een klant of collega ligt.
Beide zijn op te lossen met drie vragen aan je leidinggevende — welke tools, welke gegevens, wie controleert. Dat de meeste werknemers die vragen nog niet beantwoord krijgen, is precies wat deze cijfers laten zien.
