Je leest een ingezonden opiniestuk in de krant. De kans dat een taalmodel het grootste deel ervan schreef, is ongeveer een op de vijf. Dat blijkt uit onderzoek van nieuwsbrief AI Report, die alle opiniebijdragen uit vijf Nederlandse kranten tussen 27 juli en 27 augustus 2026 door AI-detector Pangram haalde: van de 252 stukken kwamen er 49 eruit als AI-gegenereerd (Bron: AI Report).
De cijfers per krant
Het gemiddelde van 19,4 procent verhult grote verschillen. Bij de Volkskrant kreeg 32 van de 111 gepubliceerde opiniestukken het label AI-gegenereerd — bijna één op de drie. Tel je de stukken mee waarin een deel van de tekst uit een taalmodel komt, dan gaat het om 57 van de 111: meer dan de helft. Bij NRC vond het onderzoek geen enkel volledig AI-geschreven stuk.
Ter vergelijking: de Amerikaanse nieuwssite Semafor deed een week eerder dezelfde analyse op de opiniepagina’s van The Wall Street Journal, The Washington Post en The New York Times. Daar kwam 3,2 procent eruit als bijna volledig AI-gegenereerd. Nederland zit zes keer hoger.
Beginner-tipEen AI-detector leest niet mee met wat je bedoelde. Hij herkent patronen — zinsritme, woordkeuze, opbouw — die typisch zijn voor tekst uit een taalmodel. Meer over hoe betrouwbaar dat soort software is, lees je inAI-detectie zoals Turnitin werkt maar half.
Hoe het gemeten is
Pangram traint modellen speciaal om AI-tekst te herkennen. Het bedrijf verzamelde miljoenen menselijke teksten van vóór ChatGPT — van Amazon-recensies tot poëzie en lange essays — en liet chatbots daar synthetische spiegelversies van maken. Op die paren leerden de modellen het verschil.
Een stuk krijgt het label ‘AI’ als Pangram meer dan 80 procent van de tekst als AI-gegenereerd herkent, en ‘deels AI’ daaronder. In de praktijk gaat dat vaak om afwisselende alinea’s: bij de helft van de deels-AI-stukken nam het model minstens de helft van de tekst voor zijn rekening.
AI Report controleerde de detector eerst op Nederlandse tekst. Opiniestukken uit de Volkskrant van vóór 2022 kwamen er allemaal als menselijk uit; door Claude geschreven Nederlandse opiniestukken over onderwerpen als de woningmarkt en netcongestie werden allemaal terecht als AI herkend. De onderzoekers melden er zelf bij dat het onderzoek grotendeels autonoom door een AI-agent is uitgevoerd — inclusief de methodologie-controle en het wederhoor.
GevorderdenDat laatste is meer dan een grappige voetnoot. Een onderzoek naar AI-tekst dat zelf met AI is gedaan, kan alleen op één manier hard blijven: door de meetmethode en de validatie na te lopen. Die staan er hier bij, inclusief de foutmarge-discussie. Bij een detector-uitslag zonder zo’n controle is de juiste reactie: niet overnemen.
Vijf kranten, vijf verschillende grenzen
Wat het onderzoek vooral blootlegt: niemand weet waar de grens hoort te liggen, en elke redactie trekt hem ergens anders.
| Krant | Waar de grens ligt |
|---|---|
| NRC | Elke zin moet door de auteur zelf zijn geschreven, “omdat aan schrijven denken voorafgaat” |
| Trouw | Alleen tekstcorrectie en vertaling; houdt een lijst signaalwoorden bij en wijst regelmatig stukken af |
| Het Parool | ”Tekstcreatie is niet oké, tekstcontrole wél” |
| de Volkskrant | Auteurs kregen per mail te horen: geen AI, hooguit als spellingchecker |
| FD | Ongemakkelijk gevoel, maar rationeel geen groot probleem: elk stuk gaat langs deskundige redacteuren |
Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Klok noemt het resultaat een verrassing: dat het onmogelijk is een waterdicht systeem te bouwen wist de redactie, dat het op deze schaal gebeurt niet. Zijn krant zet detectiesoftware alleen in bij een vermoeden. Voor de rest werkt de redactie op vertrouwen — en dat maakt haar naar eigen zeggen kwetsbaar, precies omdat ze zo min mogelijk nieuwe auteurs wil buitensluiten.
FD-hoofdredacteur Perry Feenstra zet er een tegengeluid tegenover dat je niet vaak hoort: mensen met een waardevolle bijdrage aan het maatschappelijk debat, die zelf niet goed kunnen schrijven, staan niet langer per definitie aan de zijlijn.
En de wet dan?
Sinds 2 augustus 2026 geldt onder de Europese AI-verordening een transparantieplicht: teksten die het publiek informeren over zaken van algemeen belang moeten vermelden dat ze door AI zijn gegenereerd. Dat klinkt alsof deze opiniestukken een label zouden moeten dragen.
Dat is niet zo. De plicht vervalt zodra een mens de tekst inhoudelijk nakijkt en een uitgever er verantwoordelijkheid voor draagt — en dat is precies wat een opinieredactie doet. Wettelijk is er dus niets aan de hand. Wat overblijft is een redactionele keuze, en die is per krant anders. Meer over wat de AI-verordening wél afdwingt, staat in ons dossier over de EU AI Act.
Wat merk jij hiervan?
Als lezer koop je bij een opiniestuk niet alleen een mening, maar een stem: iemand die iets heeft meegemaakt en het in eigen woorden opschrijft. Klok verwoordt het bezwaar zo dat het je bijblijft — AI-gebruik berooft mensen van hun eigen unieke stem.
Praktisch gezien betekent dit vooral dat de naam boven een stuk minder zegt over de zinnen eronder dan je gewend was. Dat is geen reden om alles te wantrouwen: de argumenten zijn meestal wél van de auteur, en er zit een redactie tussen. Maar het is wel de reden dat vijf hoofdredacties nu publiekelijk uitleggen waar hun grens ligt — iets wat twee jaar geleden niemand hoefde te doen.
