De cijfers waar beleggers dagelijks naar kijken, vertellen niet het hele verhaal. Vijf Amerikaanse techreuzen houden samen zo’n 1,65 biljoen dollar aan schuld voor hun AI-datacenters buiten de balans. Dat becijferde de Japanse zakenkrant Nikkei op 21 juli 2026. Ver-van-je-bed-boekhouding, zou je denken. Maar een deel van dat geld loopt via obligaties door de pensioenpot waar ook jij op rekent.
Update 1 oktober 2026 De Financial Times meldde op 20 september 2026 dat techbedrijven via garanties zo’n 300 miljard dollar aan AI-blootstelling buiten hun balans houden (Financial Times). Dat is een andere meting dan de 1,65 biljoen van Nikkei; we hebben er een sectie over toegevoegd onder ‘De garanties: nog eens 300 miljard’.
Update 25 september 2026 We hebben verduidelijkt waar de 1,65 biljoen dollar vooral uit bestaat: volgens Nikkei gaat het om huurcontracten voor datacenters en inkoopcontracten voor chips die nog niet zijn ingegaan; SPV-constructies zijn daar een deel van. Ook de groei is gecorrigeerd: het bedrag verachtvoudigde in ongeveer vier jaar, eerder stond hier ‘vervijf- tot verachtvoudigd sinds 2022’.
Beginner-tip “Buiten de balans” klinkt als een truc, maar het is toegestaan boekhouden. Een bedrijf hoeft een verplichting die pas later ingaat — zoals de huur van een datacenter dat nog gebouwd wordt — nu nog niet als eigen schuld op te tellen. Het staat wel ergens in de voetnoten, maar niet in het schuldcijfer waar de meeste mensen op letten.
Wat er speelt
De analyse van Nikkei-journalist Kohei Yamada telde de verplichtingen op die Microsoft, Alphabet, Amazon, Meta en Oracle níet als schuld op hun balans zetten, maar wel zijn aangegaan. De uitkomst: ongeveer 1,65 biljoen dollar. Dat is meer dan de circa 1,35 biljoen die ze wél rapporteren. In ongeveer vier jaar is dat verborgen bedrag volgens de krant verachtvoudigd, in het tempo waarin de bedrijven datacenters bijbouwen voor hun AI-modellen. Meta springt eruit: zo’n 420 miljard dollar buiten de balans, bijna drie keer de 140 miljard die het wél rapporteert (Tom’s Hardware over Nikkei).
Het gaat om toekomstige betalingen: langlopende huurcontracten voor datacenters die nog in aanbouw zijn, grootschalige inkoopafspraken voor chips, en gezamenlijke ondernemingen met beleggers. Onder de gangbare boekhoudregels hoeft een bedrijf zo’n verplichting pas als schuld te boeken zodra het gebouw echt draait. Tot die tijd blijft het een voetnoot.
Hoe de constructie werkt
Een deel van de financiering loopt via de zogeheten SPV, een special purpose vehicle: een apart opgericht bedrijfje dat één datacenter bezit. Externe beleggers financieren het, het techbedrijf huurt de boel. Het beeldbepalende voorbeeld is Meta’s Hyperion-datacenter in Louisiana. Dat loopt via een SPV die is opgezet met vermogensbeheerder Blue Owl Capital, met tientallen miljarden aan schuld en kapitaal erin, aangetrokken via zakenbank Morgan Stanley. Meta bezit zelf maar 20 procent en gaf een garantie af op de restwaarde. Het grootste deel van de lening staat daardoor niet op Meta’s eigen balans.
Oracle doet iets vergelijkbaars. Het bedrijf heeft onder meer een datacenter voor OpenAI in het Texaanse Abilene ondergebracht in een constructie waar Blue Owl en JPMorgan miljarden in staken. In totaal verplaatsten techbedrijven de afgelopen anderhalf jaar meer dan 120 miljard dollar aan datacenteruitgaven naar dit soort structuren, zo tekende Forbes op.
De garanties: nog eens 300 miljard
Twee maanden na Nikkei kwam de Financial Times met een tweede laag. Volgens de krant houden grote techbedrijven ongeveer 300 miljard dollar aan AI-blootstelling buiten hun balans via garanties die ze de afgelopen twaalf maanden afgaven (Bron: Financial Times). Het gaat vooral om restwaardegaranties: het techbedrijf belooft de beleggers in zo’n SPV dat het bijspringt als een datacenter of een partij chips straks minder waard is dan afgesproken (Bron: Dealroom over de FT). Precies zo’n garantie gaf Meta af bij Hyperion.
Waarom dat buiten beeld blijft: een garantie telt in de boeken als voorwaardelijke verplichting, een belofte die pas geld kost als het misgaat. De boekhoudregels laten een bedrijf alleen het verlies boeken dat het waarschijnlijk acht, niet het volle bedrag dat het belooft te dekken. Startup Fortune, dat het FT-stuk samenvat, noemt Alphabet als voorbeeld: de garanties voor datacenterhuur liepen in zes maanden op van 16,9 naar 43,8 miljard dollar, terwijl daarvan maar een klein deel als schuld op de balans staat (Bron: Startup Fortune).
Tel de 300 miljard niet op bij de 1,65 biljoen van Nikkei. Nikkei telde huur- en inkoopcontracten van vijf bedrijven, de FT telde garanties, en die meten deels hetzelfde risico vanuit een andere hoek. Dealroom benadrukt bovendien dat het om bekendgemaakte afspraken gaat en niet om gecontroleerde schulden (Bron: Dealroom). Het beeld wordt er wel scherper van: wie uiteindelijk het risico draagt als AI tegenvalt, is steeds vaker het techbedrijf achter de garantie, en via de beleggers in die constructies ook hun klanten. Half oktober 2026 werd dat risico zichtbaar bij datacenterbedrijf CoreWeave, toen beleggers AI-aandelen massaal verkochten uit zorg over schulden.
Waarom experts zich zorgen maken
Kredietbeoordelaar Moody’s schreef eerder dat de stijgende kapitaalintensiteit, hefboom en verplichtingen buiten de balans de kredietkwaliteit van sommige grote techbedrijven onder druk zetten. De zorg zit niet zozeer in de constructie zelf — die is legaal — maar in de zichtbaarheid. Doordat de financiering verschuift naar private kredietverstrekkers en aparte vehikels, wordt het lastiger te volgen wie het risico draagt als de AI-investeringen minder opleveren dan gehoopt.
Niet iedereen roept dat het misgaat. Voorstanders wijzen erop dat de bedrijven enorme winsten en kasstromen hebben, en dat de contracten netjes in de jaarverslagen staan voor wie doorleest. De vergelijking met het boekhoudschandaal bij Enron, die sommige critici maken, gaat op één punt mank: daar was sprake van bewuste misleiding, hier van cijfers die volgens de regels net iets te rooskleurig ogen. Het meningsverschil gaat dus niet over of het mag, maar over of de standaardcijfers je een eerlijk beeld geven van hoeveel deze AI-race op de pof gaat.
Voor jou als lezer is de les vooral: als een AI-bedrijf indrukwekkend gezond oogt op papier, loont het om ook naar de voetnoten te kijken. Daar staat steeds vaker het echte prijskaartje. En niet alleen in euro’s: de datacenters achter die contracten stuiten inmiddels op gemeenten die de stroomaansluiting als rem gebruiken. Waar die uitgaven de komende decennia heen gaan, raamt PwC in 31,6 biljoen dollar naar datacenters tot 2050. Wie daar als particulier op in wil spelen, leest beleggen in OpenAI vanaf 300 euro.
