De cijfers waar beleggers dagelijks naar kijken, vertellen niet het hele verhaal. Vijf Amerikaanse techreuzen houden samen zo’n 1,65 biljoen dollar aan schuld voor hun AI-datacenters buiten de balans. Dat becijferde de Japanse zakenkrant Nikkei deze week. Ver-van-je-bed-boekhouding, zou je denken. Maar een deel van dat geld loopt via obligaties door de pensioenpot waar ook jij op rekent.
Beginner-tip:“Buiten de balans” klinkt als een truc, maar het is toegestaan boekhouden. Een bedrijf hoeft een verplichting die pas later ingaat — zoals de huur van een datacenter dat nog gebouwd wordt — nu nog niet als eigen schuld op te tellen. Het staat wel ergens in de voetnoten, maar niet in het schuldcijfer waar de meeste mensen op letten.
Wat er speelt
De analyse van Nikkei-journalist Kohei Yamada telde de verplichtingen op die Microsoft, Alphabet, Amazon, Meta en Oracle níet als schuld op hun balans zetten, maar wel zijn aangegaan. De uitkomst: ongeveer 1,65 biljoen dollar. Dat is meer dan de circa 1,35 biljoen die ze wél rapporteren. Sinds 2022 is dat verborgen bedrag volgens de krant ruwweg vervijf- tot verachtvoudigd, in het tempo waarin de bedrijven datacenters bijbouwen voor hun AI-modellen.
Het gaat om toekomstige betalingen: langlopende huurcontracten voor datacenters die nog in aanbouw zijn, grootschalige inkoopafspraken voor chips, en gezamenlijke ondernemingen met beleggers. Onder de gangbare boekhoudregels hoeft een bedrijf zo’n verplichting pas als schuld te boeken zodra het gebouw echt draait. Tot die tijd blijft het een voetnoot.
Hoe de constructie werkt
De spil is de zogeheten SPV, een special purpose vehicle: een apart opgericht bedrijfje dat één datacenter bezit. Externe beleggers financieren het, het techbedrijf huurt de boel. Het beeldbepalende voorbeeld is Meta’s Hyperion-datacenter in Louisiana. Dat loopt via een SPV die is opgezet met vermogensbeheerder Blue Owl Capital, met tientallen miljarden aan schuld en kapitaal erin, aangetrokken via zakenbank Morgan Stanley. Meta bezit zelf maar 20 procent en gaf een garantie af op de restwaarde. Het grootste deel van de lening staat daardoor niet op Meta’s eigen balans.
Oracle doet iets vergelijkbaars. Het bedrijf heeft onder meer een datacenter voor OpenAI in het Texaanse Abilene ondergebracht in een constructie waar Blue Owl en JPMorgan miljarden in staken. In totaal verplaatsten techbedrijven de afgelopen anderhalf jaar meer dan 120 miljard dollar aan datacenteruitgaven naar dit soort structuren, zo tekende Forbes op.
Waarom experts zich zorgen maken
Kredietbeoordelaar Moody’s schreef eerder dat de stijgende kapitaalintensiteit, hefboom en verplichtingen buiten de balans de kredietkwaliteit van sommige grote techbedrijven onder druk zetten. De zorg zit niet zozeer in de constructie zelf — die is legaal — maar in de zichtbaarheid. Doordat de financiering verschuift naar private kredietverstrekkers en aparte vehikels, wordt het lastiger te volgen wie het risico draagt als de AI-investeringen minder opleveren dan gehoopt.
Niet iedereen roept dat het misgaat. Voorstanders wijzen erop dat de bedrijven enorme winsten en kasstromen hebben, en dat de contracten netjes in de jaarverslagen staan voor wie doorleest. De vergelijking met het boekhoudschandaal bij Enron, die sommige critici maken, gaat op één punt mank: daar was sprake van bewuste misleiding, hier van cijfers die volgens de regels net iets te rooskleurig ogen. Het meningsverschil gaat dus niet over of het mag, maar over of de standaardcijfers je een eerlijk beeld geven van hoeveel deze AI-race op de pof gaat.
Voor jou als lezer is de les vooral: als een AI-bedrijf indrukwekkend gezond oogt op papier, loont het om ook naar de voetnoten te kijken. Daar staat steeds vaker het echte prijskaartje.
