Er zit een gat in het Nederlandse onderwijs, en het is goed te meten. Aan de ene kant gebruiken bijna alle scholieren AI voor hun huiswerk. Aan de andere kant heeft minder dan één op de twintig scholen afspraken over wat dan wél en niet mag. Hieronder de cijfers die er zijn, met per getal hoe hard het is. Want daar zit bij dit onderwerp het probleem.
Hoeveel scholen hebben regels voor AI-gebruik?
Minder dan 5 procent. Dat is het cijfer waar dit stuk om draait, en het komt uit de Monitor Digitalisering Onderwijs 2025, een landelijk onderzoek van de VO-raad, PO-Raad en Kennisnet onder ruim 5.000 respondenten (Bron: Monitor Digitalisering Onderwijs 2025). Bij schoolbesturen ligt het op 20 procent. En van de leraren zegt 5 procent dat er op hun school richtlijnen zijn voor AI-gebruik.
Op papier ziet het er beter uit. Bij meer dan de helft van de besturen en ongeveer 40 procent van de scholen is AI opgenomen in het beleid. AI is onderdeel van de visie bij een kwart van de besturen en een vijfde van de scholen. Er wordt dus over nagedacht, en er liggen stukken.
Maar tussen “AI staat in ons beleidsplan” en “een docent weet wat hij tegen een klas moet zeggen” zit een vertaalslag die vrijwel nergens is gemaakt. De monitor formuleert het droog: het beleid is in de meeste gevallen nog niet vertaald naar concrete richtlijnen voor verantwoord gebruik van AI.
Beginner-tip“beleid” en “richtlijn” klinken als hetzelfde, maar het verschil is precies waar het hier misgaat. Beleid is de koers van het bestuur, bijvoorbeeld dat een school AI verantwoord wil inzetten. Een richtlijn is de afspraak waar een docent en een leerling iets aan hebben, bijvoorbeeld of je een samenvatting door ChatGPT mag laten maken en of je dat moet vermelden.
Hoeveel scholieren gebruiken AI?
Ongeveer 90 procent, en 35 procent doet het dagelijks. Dat komt uit onderzoek van scholierenorganisatie LAKS (Bron: LAKS, gemeld door NPO Radio 1). Scholieren.com kwam er los van op vrijwel hetzelfde uit na een eigen peiling onder zo’n 650 scholieren (Bron: Scholieren.com).
Twee metingen die elkaar bevestigen is beter dan één. Toch moet je met deze 90 procent voorzichtiger zijn dan met het schoolcijfer hierboven, en verderop leggen we uit waarom.
De motivatie die scholieren zelf noemen is trouwens weinig verheffend en des te geloofwaardiger: de prestatiedruk is hoog en AI is een oplossing. Dat sluit aan bij wat een Chinese studie vond over huiswerk dat ineens in de helft van de tijd af is — de tijdwinst is echt, de vraag is wat je er mee opschiet.
Gebruiken leraren zelf ook AI?
Een minderheid, en het hangt sterk af van de sector. In het voortgezet onderwijs gebruikt ruim 30 procent van de leraren wekelijks of vaker generatieve AI. In het primair en gespecialiseerd onderwijs ligt het lager, en dat komt deels doordat het er simpelweg minder is.
| Beschikbaar op school | Primair onderwijs | Gespecialiseerd | Voortgezet onderwijs |
|---|---|---|---|
| Generatieve AI | 31% | 26,8% | 54,5% |
| Educatieve AI (bijv. FeedbackFruits) | 7,6% | 7,9% | 15,9% |
| Chatbots | 11,4% | 9,8% | 18,4% |
| Adaptieve digitale leermiddelen | 54,8% | 48,8% | 33,9% |
De onderste rij is het interessantst, want daar draait de verhouding om. Adaptieve leermiddelen, die een leerling automatisch makkelijkere of moeilijkere sommen voorschotelen, zijn juist in het basisonderwijs gemeengoed. Het basisonderwijs is dus niet technologie-schuw. Het heeft een ander soort technologie.
Eén bevinding uit de monitor verdient aparte aandacht, omdat hij alles verklaart. Respondenten schatten hun eigen ICT-bekwaamheid vrij hoog in, met hun AI-vaardigheden als uitgesproken uitzondering. Ze vinden het vooral lastig om zelf in te grijpen in een AI-tool. Een school die geen regels stelt, doet dat dus niet per se uit onwil.
GevorderdenLet op het verschil tussenbeschikbaarengebruikt. Die 54,5 procent in het vo zegt dat generatieve AI op school voorhanden is, niet dat leraren het inzetten. Dat laatste is die ruim 30 procent. Dezelfde valkuil zit in adoptiecijfers voor bedrijven, waar we eerder over schreven inde AI-statistieken van Nederland.
Waarom loopt het beleid zo ver achter?
Drie dingen lopen hier samen, en ze versterken elkaar.
Het eerste is tempo. De monitor is afgenomen tussen 10 maart en 14 april 2025. Alles wat daarna gebeurde, en dat is veel, zit er niet in. Een schoolbestuur dat in 2025 beleid vaststelde, schreef dat voor een ander AI-landschap dan dat van vandaag.
Het tweede is die bekwaamheidskloof. Je kunt moeilijk een richtlijn schrijven voor gereedschap dat je zelf niet goed genoeg kent om in te grijpen als het misgaat. Daar komt bij dat de meest voor de hand liggende oplossing, detectiesoftware, niet betrouwbaar genoeg is: onze analyse van AI-detectie bij toetsing laat zien hoe vaak die de plank misslaat.
Het derde is dat er weinig richting van bovenaf komt. Het meest recente OCW-onderzoek naar AI in het onderwijs, gepubliceerd in september 2025, is kwalitatief van opzet: het brengt invalshoeken van betrokkenen in kaart en bevat geen adoptiecijfers of normen (Bron: Ministerie van OCW). Nuttig voor begrip, weinig houvast voor een schoolleider die maandag een besluit moet nemen. Andere landen zijn explicieter: Noorwegen gaf een landelijke richtlijn uit om generatieve AI weg te houden van de basisschool. Geen wet, wel een duidelijke lijn.
Daar komt sinds kort wel een wettelijke prikkel bij. Artikel 4 van de EU AI-verordening verplicht iedere organisatie die AI inzet om te zorgen dat haar medewerkers er voldoende van begrijpen, en dat geldt sinds 2 februari 2025 en voor alle risiconiveaus. Een school die generatieve AI gebruikt valt daaronder. Sinds 2 augustus 2026 kunnen de nationale toezichthouders die regel ook daadwerkelijk handhaven. Let op wat die plicht precies is: ze gaat over de AI-geletterdheid van het personeel, niet over huisregels voor leerlingen. Maar juist op dat punt scoren leraren in de monitor het laagst van al hun ICT-vaardigheden. Wat artikel 4 van een organisatie vraagt, zochten we uit in AI-geletterdheid: zo voldoe je aan artikel 4.
In de tussentijd vullen scholen het zelf in, met wisselend resultaat. Dat het ook mis kan gaan liet de Christelijke Hogeschool Ede zien: na één betrapte pabo-student ging de school de scripties van de hele lichting nalopen. En waar het wél werkt, zit dat vaak in de didactiek: hoe docenten AI goed inzetten gaat over afspraken maken in plaats van verbieden.
Hoe hard zijn deze cijfers eigenlijk?
Dit is de vraag die bij AI-en-onderwijs vaker gesteld zou moeten worden, want de getallen die rondgaan verschillen in kwaliteit. Onze inschatting per bron:
| Cijfer | Bron | Hardheid |
|---|---|---|
| <5% scholen met AI-richtlijnen | Monitor Digitalisering Onderwijs 2025 | Hoog. Landelijk, n>5.000, veldwerk en methode verantwoord, uitgevoerd door VO-raad, PO-Raad en Kennisnet. |
| Ruim 30% vo-leraren gebruikt generatieve AI | Monitor Digitalisering Onderwijs 2025 | Hoog. Zelfde onderzoek. |
| 90% scholieren, 35% dagelijks | LAKS, via NPO Radio 1 | Matig. Het rapport staat niet openbaar op de site van LAKS. Steekproef en veldwerkperiode zijn niet te controleren. |
| Bijna 90% scholieren | Scholieren.com | Matig. Eigen peiling onder circa 650 scholieren, juni-juli 2025. Zelfgerapporteerd, geen onafhankelijke verantwoording. |
| ”Zo’n 65% van de studenten” | Universiteit Utrecht | Zwak. Verwijst naar “de laatste surveys” zonder die te benoemen. |
Dat de twee scholierencijfers onafhankelijk in dezelfde richting wijzen, maakt de orde van grootte aannemelijk. Maar er is een verschil tussen “ongeveer negen op de tien scholieren gebruikt AI” en “90 procent”, en dat verschil verdwijnt zodra zo’n getal wordt overgenomen. Bij de schoolcijfers speelt dat niet: die komen uit één onderzoek met een verantwoorde methode.
GevorderdenHet bekendste cijfer over AI in het onderwijs is vaak het slechtst onderbouwde. Dat is geen toeval. Cijfers over leerlingen zijn nieuwswaardiger dan cijfers over beleidsstukken, dus ze reizen verder en verliezen onderweg hun voorbehoud. Zoek bij een cijfer dat je wilt gebruiken altijd het oorspronkelijke rapport, en gebruik het niet als je dat niet kunt vinden.
Wat dit betekent als je kind op school zit
Praktisch komt het hierop neer. De kans is groot dat je kind AI gebruikt voor huiswerk, en de kans is even groot dat de school daar geen afspraak over heeft vastgelegd. Dat is geen verwijt aan de school. Het is de stand van zaken.
Twee dingen zijn daardoor het vragen waard op een ouderavond, en ze zijn allebei concreter dan “wat vindt u van AI”. Eén: staat er ergens op papier wat wel en niet mag bij huiswerk en toetsen, en waar kunnen leerlingen dat lezen? Twee: als de school AI-gebruik controleert, waarmee doet ze dat, en wat gebeurt er bij een vermoeden? Dat tweede is scherper dan het klinkt, want detectiesoftware geeft valse treffers, en een leerling die ten onrechte wordt beschuldigd heeft een probleem dat lang doorwerkt.
Voor de bredere context van AI in Nederland, van bedrijven tot burgers, staan de cijfers in AI-statistieken Nederland. En over wat dagelijks AI-gebruik met leren doet, is het onderzoek minder eenduidig dan de krantenkoppen suggereren: dat zochten we uit in verleer je vaardigheden door AI.
De volgende meting van de Monitor Digitalisering Onderwijs is het moment om te zien of die 5 procent beweegt. Tot die tijd is dit het beste beeld dat er is, en we werken deze pagina bij zodra er nieuwe cijfers liggen. Gebruik je een getal of een tabel? Een bronvermelding naar deze pagina stellen we op prijs. Zit je kind zelf op school en wil je weten wat je hiermee doet, lees dan je kind gebruikt AI voor huiswerk: mag dat van school?.
