Update 18 september 2026De EU-vergelijking en de bijbehorende grafiek gaan nu uit van de Eurostat-cijfers over 2025: 33,2% van de Nederlandse bedrijven met tien of meer werknemers gebruikte AI, tegen 20,0% gemiddeld in de EU (Bron: Eurostat). Het CBS-hoofdcijfer van 22,7% gaat over 2024; een nieuwe CBS AI-monitor over 2025 was bij deze controle nog niet verschenen.
Update 16 september 2026De consumentencijfers zijn vervangen door de metingen van 2026. Waar eerder “23% in 2024” stond (CBS, en beperkt tot het mákén van teksten en beelden), staat nu het bredere gebruikscijfer van 65%. De bedrijfscijfers van het CBS zijn ongewijzigd; daarvan is nog geen nieuwere meting.
Bij elk gesprek over AI duikt vroeg of laat de vraag op: doet iedereen dit nou al, of zit jij toevallig in een bubbel? Het antwoord van 2026 is dat de bubbel klein is geworden. 65 procent van de Nederlanders gebruikt inmiddels weleens AI en 40 procent doet dat minstens wekelijks, tegen 43 en 19 procent een jaar eerder. Bij bedrijven ligt het tempo lager en hangt het sterk aan de bedrijfsgrootte: 29,8 procent van het mkb gebruikte AI in 2025, tegen 66,2 procent van het grootbedrijf en 13,8 procent van de microbedrijven.
Hieronder de volledige stand van AI-gebruik in Nederland: burgers, bedrijven, sectoren, en hoe we ons tot de rest van Europa verhouden. De cijfers komen van het CBS, Eurostat, Ruigrok en MSI-ACI, met per grafiek de bron en de peildatum erbij. Alle grafieken mag je overnemen, met bronvermelding. Wil je weten hoe we op dit punt zijn beland, lees dan de geschiedenis van AI, internationaal en in Nederland.
Het hoofdcijfer: 22,7% van de bedrijven
In 2024 gebruikte 22,7 procent van de Nederlandse bedrijven met tien of meer werknemers minstens één AI-technologie. Dat klinkt bescheiden, maar de sprong erheen is dat niet: een jaar eerder was het nog 14,0 procent. Bijna negen procentpunt erbij in twaalf maanden, na drie jaar van relatieve stilstand (Bron: CBS, AI-monitor 2024).
Die knik in de curve is het hele verhaal van 2024. De jaren 2021 tot en met 2023 schommelden rond de 13 à 16 procent; toen kwam de generatieve-AI-golf. Twee technologieën trokken de groei: text mining (de analyse van geschreven tekst, 13,5%) en natural language generation (het genereren van tekst, 12,3%). Dat laatste werd in 2024 drie keer zo vaak gebruikt als het jaar ervoor — precies het type taak waar ChatGPT en consorten in uitblinken.
Beginner-tip“AI-technologie” is bij het CBS een brede paraplu van zeven categorieën, van spraakherkenning tot machine learning. Eén ervan gebruiken telt al mee. Het zegt dus iets overaanrakingmet AI, niet over hoe diep het in de organisatie zit. Wil je weten wat dat praktisch betekent voor kleinere bedrijven, lees danAI in het Nederlandse MKB: de stand van zaken.
De grootte-kloof: 59% versus 18%
Het gemiddelde verbergt een flinke tweedeling. Hoe groter het bedrijf, hoe waarschijnlijker dat er AI wordt gebruikt. Onder bedrijven met 500 of meer werknemers lag het op 59,2 procent; onder de kleinste bedrijven (10 tot 19 werknemers) op 17,8 procent. Grote organisaties hebben de budgetten, de data en de specialisten — kleine bedrijven moeten het hebben van kant-en-klare tools.
Dat is geen reden tot moedeloosheid voor het MKB, eerder het tegendeel: de goedkope, laagdrempelige tools zijn juist het terrein waar een klein bedrijf snel kan inlopen. We schreven eerder over vijf AI-kansen die je deze week als MKB’er oppakt, precies om die reden. Dat soort praktijkstukken vind je sinds juni op een eigen platform; hier lees je waarom we dat afsplitsten.
En de allerkleinste bedrijven?
Tot hier ging het over bedrijven met tien of meer werknemers. Maar het overgrote deel van Nederland is kleiner dan dat — en sinds maart 2026 meet het CBS ook de microbedrijven (2 tot 9 werkzame personen). In 2025 gebruikte 13,8 procent van die microbedrijven minstens één AI-technologie. Dat klinkt bescheiden, maar het is een verdubbeling sinds 2023 (6,8%) (Bron: CBS, AI-technologie bij microbedrijven).
Twee dingen vallen op. Eén: ook bínnen de microbedrijven geldt “hoe kleiner, hoe lager” — een bedrijf met twee werkzame personen zit op 11,6 procent, de wat grotere micro’s (5 tot 9 personen) op 19,0 procent. Twee: de grootte-trap loopt door over de hele linie. In diezelfde meting (2025) gebruikte 29,8 procent van het MKB (10-249 werknemers) AI, en 66,2 procent van het grootbedrijf (250+). Van zzp-plus tot multinational is dat bijna een factor vijf.
De sectorlijn is dezelfde als bij de grotere bedrijven, alleen scherper: microbedrijven in informatie en communicatie zitten op 50,4 procent, terwijl de bouw (4,6%), het vervoer (3,6%) en de horeca (4,2%) nauwelijks van de grond komen. En net als elders trekt het tekstwerk de groei — text mining (9,8%) en het genereren van tekst (6,5%) zijn ook hier de meest gebruikte technologieën.
GevorderdenDeze microbedrijven-cijfers komen uit een aparte CBS-rapportage met eigen grootteklassen (microbedrijf 2-9, MKB 10-249, grootbedrijf 250+) en betreffen 2025. Ze sluiten dus niet naadloos aan op het hoofdcijfer van 22,7% — dat ging over bedrijven met 10+ werknemers in 2024. Vergelijk binnen dezelfde meting, niet tussen de twee.
Per sector: tech voorop, de bouw achteraan
De verschillen tussen bedrijfstakken zijn nog scherper dan die tussen groottes.
Informatie en communicatie torent boven de rest uit met 58,0 procent — en groeide hard, want een jaar eerder was dat nog 37,0 procent. Daarna volgen de specialistische zakelijke dienstverlening (39,8%) en de financiële dienstverlening (37,4%): sectoren die draaien op tekst, analyse en documenten, precies waar generatieve AI nu sterk in is. Aan de onderkant staan de bouwnijverheid (8,9%) en de horeca (9,0%), waar het werk fysiek is en de directe toepassing minder voor de hand ligt. Hoe zo’n sector er van binnen uitziet, laat onze analyse AI in de zorg: wat werkt er in 2026 echt zien — ook daar gaat administratie vóór diagnose. Voor één beroepsgroep zoomden we verder in: in AI in de huisartsenpraktijk staat dat 60% van de huisartsen al AI gebruikt.
GevorderdenLet op het verschil tussengebruikenwaarde. Een sector met laag adoptiepercentage is niet per se een achterblijver — soms is de toepasbaarheid simpelweg kleiner, of zit de winst in een handvol gespecialiseerde processen in plaats van brede inzet. Adoptiecijfers meten verspreiding, niet rendement. Voor de ROI-kant:wat een AI-licentie écht kost versus oplevert.
Waarvoor bedrijven AI inzetten
Adoptie zegt óf een bedrijf AI gebruikt; dit zegt waarvóór. Onder bedrijven die AI gebruiken, was marketing en verkoop in 2024 het populairste doel (36,4%), gevolgd door administratieve processen en bestuurstaken (30,3%). Juist daar, in het routineuze administratiewerk, grijpt AI het eerst in, met als keerzijde dat het werk dat overblijft mentaal zwaarder kan worden. Onderzoek en innovatie (25,6%), boekhouding en financieel beheer (22,9%) en ICT-beveiliging (21,0%) zitten in de middenmoot. Logistiek bungelt onderaan met 6,5% — fysieke stromen laten zich nog lastig met de huidige generatie tools optimaliseren (Bron: CBS, AI-monitor 2024). Nu AI zo diep in marketing en administratie zit, is de vraag niet langer óf je personeel ermee werkt, maar of ze het verantwoord doen: sinds februari 2025 verplicht onder AI-geletterdheid in het MKB.
Het zwaartepunt ligt dus bij commerciële en administratieve taken, niet bij productie: precies het tekst- en datawerk waar generatieve AI in uitblinkt. Het is dezelfde scheidslijn die we toelichten in kan AI het WK voorspellen?: sterk in datarijke, herhaalbare taken, zwak in eenmalige uitkomsten. Dat rijmt met de twee snelst groeiende technologieën uit het hoofdstuk hierboven — text mining en natural language generation. Per sector verschuift het accent wel: in de handel draait AI vooral om marketing (54,1%), terwijl informatie & communicatie en de financiële sector het juist het vaakst voor onderzoek en innovatie inzetten (46,4% en 46,8%). Dat AI sterk is in datarijke, herhaalbare patronen blijkt ook uit onze eigen trend-meting: in Wat we voorzagen laten we zien welke AI-signalen we vroeg zagen aankomen, en welke niet — en in waarom ons track record daalde hoe streng we die eigen meting sindsdien hebben gemaakt.
GevorderdenDeze percentages tellen niet op tot 100. Een bedrijf kan AI voor meerdere doelen tegelijk inzetten, en de basis is “bedrijven die AI gebruiken” — niet alle bedrijven. Het zegt dus iets overwaar binnen een AI-gebruikend bedrijfde inzet zit, niet over de hele markt.
Nederland in Europa: net buiten de kopgroep
Doen we het goed, internationaal gezien? Boven het gemiddelde, maar niet in de top.
In de Eurostat-meting over 2025 staat Nederland zesde van de EU-27, met 33,2 procent van de bedrijven met tien of meer werknemers. Vijf landen scoren hoger: Denemarken (42,0%), Finland (37,8%), Zweden (35,0%), België (34,5%) en Luxemburg (33,6%). Het EU-gemiddelde ligt op 20,0 procent, dus Nederland zit daar ruim boven, maar net niet in de kopgroep (Bron: Eurostat). Wat de Scandinavische landen anders doen, lees je in Scandinavië loopt nog steeds voor op Nederland in AI-gebruik.
Een jaar eerder was de volgorde vrijwel gelijk: met 22,7 procent stond Nederland in 2024 ook zesde, achter Denemarken (27,6%), Zweden (25,1%), België (24,7%), Finland (24,4%) en Luxemburg (23,7%), bij een EU-gemiddelde van 13,5 procent. Eurostat markeert voor Nederland in 2025 wel een trendbreuk, dus de sprong van 22,7 naar 33,2 procent is deels meetmethode.
Hoeveel procent van de Nederlanders gebruikt AI?
In 2026 gebruikt 65 procent van de Nederlanders van 14 jaar en ouder weleens AI, en 40 procent minstens wekelijks. Een jaar eerder lagen die cijfers op 43 en 19 procent, dus het wekelijkse gebruik is ruim verdubbeld. Ongeveer een kwart gebruikt AI incidenteel. Ruim een derde van de Nederlanders heeft nog nooit een AI-tool aangeraakt.
Die cijfers komen uit What’s Happening Online & AI 2026 van onderzoeksbureau Ruigrok, met 2.311 respondenten en veldwerk tussen 8 mei en 9 juni 2026 (Bron: Ruigrok). Een tweede meting komt er los van uit op hetzelfde getal: de AI-Barometer van MSI-ACI zag het privégebruik stijgen van 47 procent in december 2024 naar 65 procent in februari 2026. Twee bureaus, andere methode, ander moment, dezelfde uitkomst. Dat maakt de 65 procent een stuk steviger dan een los onderzoekscijfer.
Op het werk gaat het langzamer. Daar steeg het gebruik van 26 procent in december 2024 naar 41 procent in februari 2026 (Bron: AI-Barometer via Nederland Digitaal). Het gat van 24 procentpunt tussen thuis en kantoor is het opvallendste cijfer van deze meting: mensen proberen AI eerst in hun eigen tijd, en pas daarna op de zaak. Dat rijmt met wat het ESB-onderzoek liet zien over werknemers die voorlopen op hun werkgevers.
Het gebruik stijgt, het vertrouwen daalt
Hier wordt het interessant, want de twee lijnen lopen uit elkaar. Het aandeel Nederlanders dat negatief tegenover AI staat groeide van 25 procent in oktober 2025 naar 31 procent in februari 2026. Ruigrok meet dezelfde ambivalentie: 79 procent ziet voordelen, maar 97 procent ziet ook nadelen. 62 procent is bang voor overafhankelijkheid en meer dan de helft zegt AI-materiaal niet betrouwbaar van echt te kunnen onderscheiden. Slechts 15 procent vertrouwt AI met een beslissing die het systeem zelfstandig neemt.
Beginner-tipDat het vertrouwen daalt terwijl het gebruik stijgt, is minder gek dan het klinkt. Wie een tool nooit gebruikt, heeft er ook geen slechte ervaring mee. Hoe meer mensen AI proberen, hoe meer mensen een keer een verzonnen antwoord voorgeschoteld krijgen. Dalend vertrouwen is hier dus deels een teken van groeiende ervaring.
Gebruikt elke generatie AI?
Nee, en het verschil is het grootste dat in deze cijfers zit. De generatiekloof loopt door alle metingen heen: van Gen Z staat 54 procent positief tegenover AI, van de babyboomers 21 procent. Bij Ruigrok zijn Gen Z en millennials zowel de grootste groep gebruikers als de intensiefste, en sluiten de babyboomers de rij.
Aan de jonge kant is het beeld inmiddels bijna verzadigd. Volgens onderzoek van scholierenorganisatie LAKS gebruikt 90 procent van de middelbare scholieren AI voor huiswerk, en doet 35 procent dat dagelijks (Bron: LAKS, gemeld door NPO Radio 1, 5 augustus 2026). Het rapport zelf staat niet openbaar op de site van LAKS, dus de steekproefomvang en de veldwerkperiode kunnen we niet controleren. Neem die 90 procent daarom als orde van grootte en niet als precisiecijfer.
Aan de oude kant staat de teller vrijwel stil. Uit de CBS-meting van 2024 kwam 1 procent bij 75-plussers, en ook recenter onderzoek laat zien dat het overgrote deel van de 65-plussers AI bijna nooit aanraakt. Tussen een scholier en zijn overgrootouder zit hier geen verschil in graad maar in soort.
GevorderdenJe ziet online cijfers rondzingen als “90 procent van Gen Z gebruikt AI” naast “48,7 procent van de 18- tot 25-jarigen”. Allebei kunnen kloppen. Ze meten een andere groep (scholieren tegenover alle jongvolwassenen), een ander moment (2026 tegenover 2024) en een andere handeling (AI gebruiken voor huiswerk tegenover teksten of beelden láten maken). Zet er bij het overnemen altijd bron, jaar en definitie bij, anders vergelijk je appels met peren.
Waarvoor mensen AI gebruiken
Het CBS meet de consumentenkant smaller: het maken van teksten, video’s of afbeeldingen met een AI-programma. Op die definitie zat Nederland in 2024 op 23 procent van de bevolking van 12 jaar en ouder (Bron: CBS). Dat cijfer ligt zoveel lager dan de 65 procent van 2026 omdat het over iets anders gaat: iets láten maken telt bij het CBS mee, iets vragen of laten uitleggen niet.
De CBS-uitsplitsing naar leeftijd is nog steeds de scherpste die er is:
- 18 tot 25 jaar: 48,7% — bijna de helft
- 25 tot 35 jaar: 41,5%
- 75-plussers: 1%
Mannen gebruikten AI iets vaker dan vrouwen (27 procent tegen 20), en hoogopgeleiden het meest (hbo/wo: 34 procent). In de praktijk komt het gebruik neer op drie dingen: schrijfwerk (samenvatten, herschrijven, e-mails opstellen), hulp bij leren en uitzoeken, en creatie (ideeën, beelden, social posts). Het zwaartepunt ligt bij tekst. Juist die alledaagse routines, zoals een recept uit je koelkast laten verzinnen of je energieverbruik thuis laten doorlichten, zijn vaak waar AI voor mensen voor het eerst echt nuttig wordt.
Beginner-tipHoor je bij de ruim een derde die nog nooit een AI-tool gebruikte? Geen schande, en de drempel is lager dan je denkt. Onzegids voor je eerste gesprek met Claudelaat je in tien minuten kennismaken, zonder technische voorkennis.
Waarom bedrijven (nog) niet meedoen
Het CBS vroeg ook aan bedrijven die AI overwogen maar afzagen, waarom. Eén reden sprong eruit: gebrek aan ervaring (74,6%). Dat is geen prijskwestie en geen techniek-kwestie, maar een kennis-kwestie — en dus precies het soort drempel dat met goede uitleg en begeleiding wegvalt. Privacy speelde ook mee: meer dan de helft van de bedrijven met 100 of meer werknemers noemde het als reden om af te zien van AI.
Die privacyzorg is terecht en groeit in gewicht naarmate de regels strenger worden. Een deel ervan is met een paar vuistregels te ondervangen: ons stuk over wat je wel en niet in een chatbot zet legt uit waarom de beveiliging vooral op de output let, niet op wat je zelf intypt. De EU AI Act schuift in 2026 van bewustwording naar handhaving (concreet werd dat op 2 augustus 2026, toen de handhaving begon) en Nederland bouwt met initiatieven als GPT-NL aan een eigen, privacy-bewuste AI-infrastructuur. Voor wie twijfelt over de stap is de combinatie van die twee (duidelijke regels én vertrouwde tools) vaak de doorslag.
Wat deze cijfers je vertellen
Vier dingen, als je ze op een rij zet. Eén: bij burgers is de versnelling er echt, met een wekelijks gebruik dat in een jaar verdubbelde naar 40 procent. Twee: op het werk loopt het 24 procentpunt achter op thuis, dus de winst van de komende jaren zit in de organisatie en niet in de techniek. Drie: de kloof tussen groot en klein bedrijf, en tussen tech en niet-tech, is nog fors. Vier: het vertrouwen beweegt tegen het gebruik in, en dat is het cijfer om de komende metingen op te volgen. Wil je weten hoe een concreet bedrijf de sprong maakte, lees dan hoe Helloprint AI-first werd en wat NL-founders daarvan leren. En als een werkgever AI vooral als reden voor ontslagen opvoert, lees dan waarom dat vaak een excuus is.
Die kloof tussen groot en klein is precies waar regionale initiatieven op mikken: de campus in Heerlen zette het mkb expliciet in zijn koers toen hij Brightlands Data & AI Campus werd.
Eén praktische vertaalslag, als je dit leest als ondernemer of zzp’er: zit je in een sector waar het percentage nu laag is (bouw, horeca, lokale dienstverlening), dan zegt dat vooral dat het veld daar nog open ligt. In de bouw begint dat te schuiven: Arcadis investeerde in het AI-platform Nomic en zette het na een proef met 150 ingenieurs in zijn projectlevering. De eerste bedrijven die AI in een handvol cruciale processen goed krijgen, lopen daar relatief snel uit op de rest. In een sector waar bijna iedereen het al doet, is de winst vooral bijblijven; in een lage-adoptiesector kan het een echt voorsprongetje zijn.
We houden deze pagina actueel zodra het CBS en Eurostat nieuwe cijfers publiceren. Gebruik je een grafiek of cijfer? Een bronvermelding naar deze pagina stellen we op prijs — en je mag de tools die we testen en vergelijken op debesteaitools.nl er gerust bij pakken om zelf aan de slag te gaan. Zoek je specifiek de onderwijscijfers, dan staan die apart in AI in het onderwijs: de Nederlandse cijfers.
