Er gaat de laatste maanden een vast soort e-mail rond op kantoren: de “all hands” waarin de directeur uitlegt hoe ongelofelijk de nieuwe AI-tools zijn en dat iedereen ze nú moet leren gebruiken — of elders een baan moet zoeken. Techdirt-oprichter Mike Masnick zag er genoeg voorbijkomen om er een scherpe column over te schrijven, met een titel die geen ruimte laat: CEO’s die denken dat AI hun werknemers vervangt, zijn gewoon slechte CEO’s (Bron: Techdirt).
Provocatie of niet, de cijfers eronder verdienen aandacht. Want het beeld dat AI massaal banen wegvaagt botst met wat bestuurders zelf rapporteren over het rendement.
Het cijfer dat de koppen haalt
Adviesbureau Mercer ondervroeg voor zijn Global Talent Trends-rapport 2026 ruim 825 bestuurders en 1.650 HR-leiders. Daaruit komt het getal dat overal opdook: 99 procent verwacht dat AI binnen twee jaar tot minstens enige vermindering van het personeelsbestand leidt (Bron: Futurism). Adviesbureau Oliver Wyman vond los daarvan dat het aandeel CEO’s dat juniorfuncties wil schrappen sprong van 17 procent vorig jaar naar 43 procent nu.
Dat klinkt als een afgetimmerd verhaal. Tot je doorleest.
Het cijfer dat de koppen niet haalt
Want in diezelfde enquêtes zegt maar 27 procent van de CEO’s dat het rendement op hun AI-investering de verwachting haalde of overtrof — een daling van 38 procent een jaar eerder. Meer dan de helft kan nog niet eens vaststellen óf de beloofde productiviteitswinst er is, en slechts 32 procent gelooft dat het eigen bedrijf mensen en AI effectief weet te combineren (Bron: Tom’s Hardware).
Daar zit de spanning. Bijna iedereen verwacht te kunnen snijden, maar een kleine minderheid ziet daadwerkelijk het rendement waarop dat snijden zou moeten rusten.
Beginner-tip:Rendement op AI (in het Engels vaak “ROI”) betekent simpelweg: levert de tijd, het geld en de moeite die je in een AI-tool steekt méér op dan het kost? Dat klinkt vanzelfsprekend, maar veel bedrijven meten het niet en gokken erop.
Waarom “AI deed het” zo vaak klinkt
Masnicks verklaring is ontnuchterend. Een bedrijf dat in de groeijaren te ruim mensen aannam, heeft een nette manier nodig om bij te sturen. “We hebben verkeerde personeelskeuzes gemaakt” verkoopt slecht aan de aandelenmarkt; “we boeken AI-efficiëntie” verkoopt uitstekend. De grootste recente ontslagrondes passen in dat plaatje: Meta liet op 20 mei 8.000 mensen gaan en verschoof er nog eens 7.000 naar AI-projecten (Bron: Gizmodo).
Het eerlijke tegengeluid hoort er ook bij. Sommige taken kan AI wel degelijk grotendeels overnemen: eerstelijns klantcontact, routineus opzoekwerk, een eerste versie van een tekst. Voor wie veel van dat soort werk in huis heeft, is enige krimp een reëel gevolg, geen verzinsel. De vraag is alleen of je een hele functie kunt schrappen omdat je een paar taken hebt geautomatiseerd.
Gevorderden:Het onderscheid dat hier telt is dat tussen taak en rol. Een rol bevat naast de zichtbare taken een berg impliciet werk — beveiliging, naleving, toegankelijkheid, de uitzonderingen. Automatiseer je de zichtbare taken en schrap je de rol, dan verdwijnt dat impliciete werk niet; het valt stil tot er iets misgaat.
De omkering die wél werkt
Voor een MKB-ondernemer is de bruikbare les een kwestie van volgorde. Begin niet bij “hoeveel mensen kan ik kwijt”, maar bij “wat krijgt mijn team voor elkaar als de routine wegvalt”. In die volgorde is AI een hefboom: het maakt uren vrij voor klanten, voor kwaliteit, voor de dingen waar je te weinig aan toekwam. De power van een goed ingezet taalmodel zit erin dat je mensen méér gedaan krijgen, en dat betekent niet automatisch dat je er minder nodig hebt.
Wie het andersom doet — eerst snijden, dan hopen dat de AI de gaten dicht — riskeert precies wat de cijfers laten zien: lagere kosten op papier en een rendement dat maar niet komt opdagen. Hoe je AI inzet op je werkvloer schreven we eerder uit in onze stukken over AI op de werkvloer. Meet voordat je gokt, en behandel een aangekondigde “AI-ontslagronde” met de gezonde scepsis die elk te-mooi-verhaal verdient.