Er zit een gat in het Nederlandse onderwijs, en het is goed te meten. Aan de ene kant gebruiken bijna alle scholieren AI voor hun huiswerk. Aan de andere kant heeft minder dan één op de twintig scholen afspraken over wat dan wél en niet mag. Hieronder de cijfers die er zijn, met per getal hoe hard het is. Want daar zit bij dit onderwerp het probleem.
Update 7 oktober 2026 Kopjes herschreven naar de vragen die lezers intypen, elk met een kort antwoord bovenaan. Er zijn geen cijfers gewijzigd.
Update 25 september 2026 De passage over artikel 4 van de AI-verordening is gecorrigeerd. Sinds 27 juli 2026 is de plicht tot AI-geletterdheid met de EU-omnibus vereenvoudigd, met een grotere rol voor de Commissie en de lidstaten (Bron: Europese Commissie), en Nederland heeft nog geen uitvoeringswet die toezichthouders formeel aanwijst. Eerder stond hier zonder voorbehoud dat toezichthouders de regel sinds 2 augustus 2026 konden handhaven; de verordening maakt dat vanaf die datum mogelijk, maar in Nederland is nog geen toezichthouder formeel aangewezen. Ook rechtgezet: in de Chinese huiswerkstudie daalde de huiswerktijd gemiddeld met 30 procent, niet met de helft (CEPR).
Hoeveel scholen hebben regels voor AI-gebruik?
Minder dan 5 procent van de scholen heeft concrete richtlijnen voor verantwoord AI-gebruik. Bij schoolbesturen is dat 20 procent, en slechts 5 procent van de leraren zegt dat er op hun school richtlijnen zijn. Dat blijkt uit de Monitor Digitalisering Onderwijs 2025 van de VO-raad, PO-Raad en Kennisnet, een landelijk onderzoek onder ruim 5.000 respondenten met veldwerk tussen 10 maart en 14 april 2025.
Dit is het cijfer waar dit stuk om draait (Bron: Monitor Digitalisering Onderwijs 2025).
Op papier ziet het er beter uit. Bij meer dan de helft van de besturen en ongeveer 40 procent van de scholen is AI opgenomen in het beleid. AI is onderdeel van de visie bij een kwart van de besturen en een vijfde van de scholen. Er wordt dus over nagedacht, en er liggen stukken.
Maar tussen “AI staat in ons beleidsplan” en “een docent weet wat hij tegen een klas moet zeggen” zit een vertaalslag die vrijwel nergens is gemaakt. De monitor formuleert het droog: het beleid is in de meeste gevallen nog niet vertaald naar concrete richtlijnen voor verantwoord gebruik van AI.
Beginner-tip “beleid” en “richtlijn” klinken als hetzelfde, maar het verschil is precies waar het hier misgaat. Beleid is de koers van het bestuur, bijvoorbeeld dat een school AI verantwoord wil inzetten. Een richtlijn is de afspraak waar een docent en een leerling iets aan hebben, bijvoorbeeld of je een samenvatting door ChatGPT mag laten maken en of je dat moet vermelden.
Hoeveel scholieren gebruiken AI voor huiswerk?
Ongeveer 90 procent van de middelbare scholieren gebruikt AI voor huiswerk, en 35 procent doet dat dagelijks. Dat meldde scholierenorganisatie LAKS in augustus 2026. Scholieren.com kwam in november 2025 los daarvan op bijna 90 procent, na een eigen peiling onder circa 650 scholieren. Geen van beide rapporten is openbaar met steekproefverantwoording, dus lees de 90 procent als orde van grootte en niet als precisiecijfer.
De LAKS-cijfers zijn gemeld door NPO Radio 1 (Bron: LAKS, gemeld door NPO Radio 1). Scholieren.com publiceerde zijn peiling zelf (Bron: Scholieren.com).
Twee metingen die elkaar bevestigen is beter dan één. Toch moet je met deze 90 procent voorzichtiger zijn dan met het schoolcijfer hierboven, en verderop leggen we uit waarom.
De motivatie die scholieren zelf noemen is trouwens weinig verheffend en des te geloofwaardiger: de prestatiedruk is hoog en AI is een oplossing. Dat sluit aan bij wat een Chinese studie vond over huiswerk dat ineens veel sneller af is (gemiddeld 30 procent minder tijd) — de tijdwinst is echt, de vraag is wat je er mee opschiet.
Gebruiken leraren zelf ook AI in de les?
Een minderheid van de leraren gebruikt zelf AI, en het hangt sterk van de sector af. In het voortgezet onderwijs gebruikt ruim 30 procent van de leraren wekelijks of vaker generatieve AI. In het primair en gespecialiseerd onderwijs ligt dat lager, mede omdat het aanbod kleiner is: generatieve AI is beschikbaar op 54,5 procent van de vo-scholen, tegen 31 procent in het primair onderwijs en 26,8 procent in het gespecialiseerd onderwijs. Dat meldt de Monitor Digitalisering Onderwijs 2025.
Per sector ziet het aanbod er zo uit (Bron: Monitor Digitalisering Onderwijs 2025):
| Beschikbaar op school | Primair onderwijs | Gespecialiseerd | Voortgezet onderwijs |
|---|---|---|---|
| Generatieve AI | 31% | 26,8% | 54,5% |
| Educatieve AI (bijv. FeedbackFruits) | 7,6% | 7,9% | 15,9% |
| Chatbots | 11,4% | 9,8% | 18,4% |
| Adaptieve digitale leermiddelen | 54,8% | 48,8% | 33,9% |
De onderste rij is het interessantst, want daar draait de verhouding om. Adaptieve leermiddelen, die een leerling automatisch makkelijkere of moeilijkere sommen voorschotelen, zijn juist in het basisonderwijs gemeengoed. Het basisonderwijs is dus niet technologie-schuw. Het heeft een ander soort technologie.
Eén bevinding uit de monitor verdient aparte aandacht, omdat hij alles verklaart. Respondenten schatten hun eigen ICT-bekwaamheid vrij hoog in, met hun AI-vaardigheden als uitgesproken uitzondering. Ze vinden het vooral lastig om zelf in te grijpen in een AI-tool. Een school die geen regels stelt, doet dat dus niet per se uit onwil.
Gevorderden Let op het verschil tussen beschikbaar en gebruikt. Die 54,5 procent in het vo zegt dat generatieve AI op school voorhanden is, niet dat leraren het inzetten. Dat laatste is die ruim 30 procent. Dezelfde valkuil zit in adoptiecijfers voor bedrijven, waar we eerder over schreven in de AI-statistieken van Nederland.
Waarom hebben scholen nog geen regels voor AI?
Scholen hebben nog geen regels voor AI door drie dingen die elkaar versterken: tempo, een bekwaamheidskloof en weinig richting van bovenaf. De Monitor Digitalisering Onderwijs is afgenomen in maart en april 2025, dus latere ontwikkelingen zitten er niet in. Leraren schatten hun AI-vaardigheden lager in dan hun andere ICT-vaardigheden, en het OCW-onderzoek van september 2025 is kwalitatief en bevat geen normen. Detectiesoftware biedt geen uitweg, omdat die niet betrouwbaar genoeg is.
Het eerste is tempo. De monitor is afgenomen tussen 10 maart en 14 april 2025. Alles wat daarna gebeurde, en dat is veel, zit er niet in. Een schoolbestuur dat in 2025 beleid vaststelde, schreef dat voor een ander AI-landschap dan dat van vandaag.
Het tweede is die bekwaamheidskloof. Je kunt moeilijk een richtlijn schrijven voor gereedschap dat je zelf niet goed genoeg kent om in te grijpen als het misgaat. Daar komt bij dat de meest voor de hand liggende oplossing, detectiesoftware, niet betrouwbaar genoeg is: onze analyse van AI-detectie bij toetsing laat zien hoe vaak die de plank misslaat.
Het derde is dat er weinig richting van bovenaf komt. Het meest recente OCW-onderzoek naar AI in het onderwijs, gepubliceerd in september 2025, is kwalitatief van opzet: het brengt invalshoeken van betrokkenen in kaart en bevat geen adoptiecijfers of normen (Bron: Ministerie van OCW). Nuttig voor begrip, weinig houvast voor een schoolleider die maandag een besluit moet nemen. Andere landen zijn explicieter: Noorwegen gaf een landelijke richtlijn uit om generatieve AI weg te houden van de basisschool. Geen wet, wel een duidelijke lijn.
Er kwam wel een wettelijke prikkel bij, al is die inmiddels afgezwakt. Artikel 4 van de EU AI-verordening verplichtte sinds 2 februari 2025 iedere organisatie die AI inzet om te zorgen dat haar medewerkers er voldoende van begrijpen, voor alle risiconiveaus. Een school die generatieve AI gebruikt viel daaronder. Sinds 27 juli 2026 is die eis met de EU-omnibus vereenvoudigd: organisaties moeten AI-geletterdheid nu vooral ondersteunen, en de Europese Commissie en de lidstaten krijgen een grotere rol bij het bevorderen ervan (Bron: Europese Commissie). In Nederland is de uitvoeringswet bovendien nog geen wet, dus de toezichthouders zijn beoogd maar niet formeel aangewezen (stand 25 september 2026). Let op wat die plicht precies is: ze gaat over de AI-geletterdheid van het personeel, niet over huisregels voor leerlingen. Maar juist op dat punt scoren leraren in de monitor het laagst van al hun ICT-vaardigheden. Wat artikel 4 van een organisatie vraagt, zochten we uit in AI-geletterdheid: zo voldoe je aan artikel 4.
In de tussentijd vullen scholen het zelf in, met wisselend resultaat. Dat het ook mis kan gaan liet de Christelijke Hogeschool Ede zien: na één betrapte pabo-student ging de school de scripties van de hele lichting nalopen. En waar het wél werkt, zit dat vaak in de didactiek: hoe docenten AI goed inzetten gaat over afspraken maken in plaats van verbieden. Hoe ver het aan de universiteit al gaat, mat RTL Nieuws in oktober 2026: een op de vijf masterscripties bleek grotendeels door een chatbot geschreven.
Hoe betrouwbaar zijn de cijfers over AI in het onderwijs?
De schoolcijfers zijn hard en de scholierencijfers matig. De Monitor Digitalisering Onderwijs 2025 is landelijk, heeft ruim 5.000 respondenten en een verantwoorde methode. De LAKS-cijfers (90 procent, 35 procent dagelijks) en de peiling van Scholieren.com (bijna 90 procent, circa 650 scholieren) zijn zelfgerapporteerd en niet te controleren. Een uitspraak van de Universiteit Utrecht over 65 procent van de studenten noemt geen bron en is zwak.
De getallen die rondgaan verschillen dus in kwaliteit. Onze inschatting per bron:
| Cijfer | Bron | Hardheid |
|---|---|---|
| <5% scholen met AI-richtlijnen | Monitor Digitalisering Onderwijs 2025 | Hoog. Landelijk, n>5.000, veldwerk en methode verantwoord, uitgevoerd door VO-raad, PO-Raad en Kennisnet. |
| Ruim 30% vo-leraren gebruikt generatieve AI | Monitor Digitalisering Onderwijs 2025 | Hoog. Zelfde onderzoek. |
| 90% scholieren, 35% dagelijks | LAKS, via NPO Radio 1 | Matig. Het rapport staat niet openbaar op de site van LAKS. Steekproef en veldwerkperiode zijn niet te controleren. |
| Bijna 90% scholieren | Scholieren.com | Matig. Eigen peiling onder circa 650 scholieren, juni-juli 2025. Zelfgerapporteerd, geen onafhankelijke verantwoording. |
| ”Zo’n 65% van de studenten” | Universiteit Utrecht | Zwak. Verwijst naar “de laatste surveys” zonder die te benoemen. |
Dat de twee scholierencijfers onafhankelijk in dezelfde richting wijzen, maakt de orde van grootte aannemelijk. Maar er is een verschil tussen “ongeveer negen op de tien scholieren gebruikt AI” en “90 procent”, en dat verschil verdwijnt zodra zo’n getal wordt overgenomen. Bij de schoolcijfers speelt dat niet: die komen uit één onderzoek met een verantwoorde methode.
Gevorderden Het bekendste cijfer over AI in het onderwijs is vaak het slechtst onderbouwde. Dat is geen toeval. Cijfers over leerlingen zijn nieuwswaardiger dan cijfers over beleidsstukken, dus ze reizen verder en verliezen onderweg hun voorbehoud. Zoek bij een cijfer dat je wilt gebruiken altijd het oorspronkelijke rapport, en gebruik het niet als je dat niet kunt vinden.
Wat dit betekent als je kind op school zit
Praktisch komt het hierop neer. De kans is groot dat je kind AI gebruikt voor huiswerk, en de kans is even groot dat de school daar geen afspraak over heeft vastgelegd. Dat is geen verwijt aan de school. Het is de stand van zaken.
Twee dingen zijn daardoor het vragen waard op een ouderavond, en ze zijn allebei concreter dan “wat vindt u van AI”. Eén: staat er ergens op papier wat wel en niet mag bij huiswerk en toetsen, en waar kunnen leerlingen dat lezen? Twee: als de school AI-gebruik controleert, waarmee doet ze dat, en wat gebeurt er bij een vermoeden? Dat tweede is scherper dan het klinkt, want detectiesoftware geeft valse treffers, en een leerling die ten onrechte wordt beschuldigd heeft een probleem dat lang doorwerkt.
Voor de bredere context van AI in Nederland, van bedrijven tot burgers, staan de cijfers in AI-statistieken Nederland. En over wat dagelijks AI-gebruik met leren doet, is het onderzoek minder eenduidig dan de krantenkoppen suggereren: dat zochten we uit in verleer je vaardigheden door AI.
De volgende meting van de Monitor Digitalisering Onderwijs is het moment om te zien of die 5 procent beweegt. Tot die tijd is dit het beste beeld dat er is, en we werken deze pagina bij zodra er nieuwe cijfers liggen. Gebruik je een getal of een tabel? Een bronvermelding naar deze pagina stellen we op prijs. Wil je weten wie er landelijk aan werkt om digitale en AI-geletterdheid structureel in het curriculum te krijgen, lees dan over de vier mensen achter de Praktijkdag Digitale Geletterdheid. Zit je kind zelf op school en wil je weten wat je hiermee doet, lees dan je kind gebruikt AI voor huiswerk: mag dat van school?.
Stand van zaken — bijgewerkt 2026-09-25
De uitleg hierboven over beleid, richtlijnen en de hardheid van cijfers blijft staan. Wat hieronder staat verandert met elke nieuwe meting of regel.
| Onderwerp | Stand |
|---|---|
| Nieuwste landelijke meting onder scholen | Monitor Digitalisering Onderwijs 2025 (veldwerk 10 maart–14 april 2025, gepubliceerd 13 november 2025) |
| Scholen met concrete AI-richtlijnen | minder dan 5% (besturen: 20%) |
| Nieuwste cijfer over scholieren | LAKS, augustus 2026: ongeveer 90% gebruikt AI voor huiswerk, 35% dagelijks (rapport niet openbaar) |
| AI-geletterdheid (artikel 4 AI-verordening) | sinds 27 juli 2026 vereenvoudigd via de EU-omnibus; Nederlandse uitvoeringswet nog geen wet |
